• Valse hoop door spelfout
    Ooit dacht ik:
    mijn ster is rijzende.
    Hij bleek slechts reizende, helaas...
    Meer een dwaallicht eigenlijk.

Laatste berichten

Laatste reacties

december 2009

ma di wo do vr za zo
  1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 31      
Neem inhoud van deze site over (XML)

Argentinië dankt zijn naam aan het zilver dat de kolonisten er hoopten aan te treffen. Naar hedendaags Nederlands vertaald zou Argentinië Zilverland kunnen worden, en Argentijnen Zilverlingen. In de jaren 70 spoelden op drift geraakte Zilverlingen overal in Europa aan, zelfs in de Noord-Hollandse polder. Sindsdien bevat de kleigrond hier een nieuw mineraal: Polderzilver!

14 februari 2007

oogafwijking

Eyeball_2 Ik plant mijn kin in de houder, en zet mijn voorhoofd tegen de beugel.

'Probeer niet te knipperen,' zegt de oogarts.

En dus gaan mijn oogleden – hoe kan het ook anders – onbeheerst op en neer.

Hij zegt er niets van.

Maakt hij wel vaker mee, waarschijnlijk: van die tegendraadse types met dito oogleden.

Ik zucht. Ik heb als een berg tegen deze test opgezien, maar ik ben blij dat ik ben gekomen.

Het werd tijd ook. De klachten werden de laatste tijd steeds ernstiger.

Ik zag al jaren niet scherp, maar nu kreeg ik vaak echt een waas voor mijn ogen. Dan moest ik zo'n beetje op de tast mijn weg vinden.

Totaal gedesoriënteerd kon ik er soms van raken. 'Waar ben ik?' ging ik steeds vaker hardop denken. Of: 'Is dit nog wel de goede weg?'

Ik werd er steeds onzekerder van.

En dat tranen, onophoudelijk. Zó hinderlijk!

Het lukt me de tien minuten die volgen bijna niet te knipperen.

En naar lichtjes te kijken.

En naar rode en groene vlakjes.

'En?' Vraag ik hoopvol, als de test achter de rug is.

'Kom ik in aanmerking?'

De oogarts kijkt me meelijdend aan en schudt dan langzaam het hoofd.

'Ik ben bang van niet,' zegt hij kalm.

Verschrikt kijk ik hem aan en daar heb ik alweer last van tranende ogen.

Mechanisch reikt hij me een tissue aan.

Hij staat op om de deur voor me open te houden.

'Zelfs de modernste lasertechniek staat machteloos... tegen zulke ernstige vormen van navelstaar.'

.

Waar mag jij graag naar staren?

10 januari 2007

Introspectie

Poesie Ik zit met mijn zoon een vriendenboekje van een van zijn klasgenootjes in te vullen.

Nou ja... Ik zit aan tafel het vriendenboekje in te vullen, en hij is niet te beroerd om vanachter zijn ridderkasteel de vragen te beantwoorden.

Het vriendenboekje is een typisch product van deze tijd. Een voorgebakken versie van het vroegere poësiealbum (aka: póeziealbum). Een meer zakelijke, functionele versie ervan. Je kunt er niet naar believen versjes in schrijven over engeltjes met een B ervoor; je moet gewoon je NAW-gegevens invullen en nog wat persoonlijke info waar expliciet naar wordt gevraagd.

Toch vind ik het wel een leuk klusje, zo'n boekje invullen. Het geeft me de gelegenheid te testen of mijn kind ons telefoonnummer nu eens kan onthouden, en ik blijf op de hoogte van zijn alsmaar wisselende hobby's, lievelingskleuren, -dieren, -boeken, en -cd's.

Vandaag scoort hij voldoende voor de NAW-gegevens.

Hij zei weliswaar dat onze postcode 'rood' was, en hij haalde de laatste vier getallen van ons telefoonnummer door elkaar, maar daar staat tegenover dat hij wist dat ons dorp bij de gemeente Langedijk hoort (werd niet naar gevraagd, maar ik geef hem er toch maar extra punten voor).

'Mijn lievelingsdier is...' lees ik de volgende vraag voor.

'Haai, krokodil ennne.... uhhhh... hond,' luidt het antwoord vandaag.

'Mijn lievelingskleur is...'

Hij kijkt even op van zijn ridder met katapult. Hij zucht. 'Doe maar blauw.'

'Mijn hobby is...'

Zijn chocomelsnor krult boven een ondeugend glimlachje, een teken dat hij me gaat verrassen met een nieuwe hobby. 'Stiekem naar binnen kijken bij andere mensen,' zegt hij met pretoogjes en een ingehouden lach.

'O?'

'Hmhm,'

'Waar kijk je dan naar?' vraag ik quasi achteloos.

'Gewoon, naar wat ik kan zien,' giechelt hij.

'Mijn lievelingsvak is...' ga ik maar verder.

'Bouwhóe-óek!' Hij heeft gelijk, dit antwoord had ik inmiddels moeten kennen.

'Mijn lievelingseten is...'

'Spruitjes,' zegt hij met een uitgestreken smoel.

'Jij lust helemaal geen spruitjes!' (Typisch ik om het nodig te vinden hem daarop te wijzen).

'Nou en?' klinkt het baldadig.

Inderdaad. Nou en? Wie gaat dat controleren? Hallo, Polderzilver, dit is een vriendenboekje, geen belastingaangifte!

'Ik vind jou leuk omdat...'

Er komt geen antwoord. Fronsend friemelt hij een zwaard in de hand van een ridder.

'Ik vind jou leuk omdat...' herhaal ik de vraag. O jee, denk ik. Krijgen we dát weer. Heeft hij zich een vriendenboekje laten aansmeren van iemand met wie hij helemaal niet graag speelt, en nu moet ik weer een beleefd en toch geloofwaardig antwoord verzinnen op deze strikvraag.

'Van wie is dit boekje eigenlijk?' vraagt hij.

Ik kijk hem verbaasd aan. Hij heeft dit boekje toch zelf van iemand meegekregen? Dan weet hij toch van wie het is?

Snel blader ik terug naar de eerste pagina, die gewoonlijk door de eigenaar van het boekje wordt ingevuld. En inderdaad: een blonde apekop met ondeugende pretoogjes lacht me vanaf de voorpagina toe. Lievelingsvak: de bouwhoek. Hobby's: afzwemmen en parkeren.

Lievelingsdier van dat moment was de orka (we waren kort daarvoor in het dolfinarium geweest).

Doe jij nog wel eens aan introspectie? En waar kijk je dan naar? :o)

10 september 2006

refleXie

Hand_op_borst Reflexen zijn wonderlijke dingen.

Sommige zijn echt nuttig.

Zo komen we allemaal ter wereld met het zuigreflex, dat tot doel heeft ons te helpen voedsel binnen te krijgen, te overleven dus.

En als iets – een scherf bijvoorbeeld, of een vliegje, of een vinger- ons oog te dicht nadert, dan sluiten onze oogleden zich vanzelf. Daar hoeven we niet over na te denken, Dat heeft moeder natuur voor ons geregeld in de vorm van een reflex.

Fantastisch, nietwaar?

Je hebt ook andere reflexen. Die zijn niet aangeboren; die ontwikkelen zich in de loop der jaren. Door schade en schande, zal ik maar zeggen.

Dit soort reflexen is vaak van minder goede kwaliteit, valt me op. Daar heb ik er ook een paar van.

De meeste zijn ontstaan na de geboorte van mijn kinderen.

Zo heb ik de reflex ontwikkeld om onmiddellijk na het afsluiten van mijn auto te voelen of ik mijn sleutels wel op zak heb. Deze reflex is ontstaan nadat ik mezelf eens buiten de auto had gesloten, terwijl mijn jongste aanwinst er nog in zat, gevangen in de maxicosi. Natuurlijk had ik haar die dag per ongeluk véél te warm aangekleed, en had ik mijn auto in de brandende zon geparkeerd. Van het huilen, wat ze steeds furieuzer deed, kreeg ze het natuurlijk helemáál levensbedreigend warm, waardoor ook mij het zweet uitbrak.

De paniek die ik op dat moment voelde was zó groot, dat zich op dat moment die nieuwe reflex in mijn zenuwcentrum vormde. Wel een volslagen nutteloze reflex, want ik sluit steevast éérst de auto af, en fouilleer mezelf onmiddellijk daarná om te controleren of ik de sleutels bij me heb gestoken.

Mocht dat niet het geval zijn, dan is het kwaad dus al geschied.

In dezelfde categorie van nutteloze reflexen heb ik er nog één, óók ontstaan na de geboorte van mijn kinderen:

Als ik ’s nachts wakker word van kramp in mijn kuiten, dan grijp ik onmiddellijk – in een reflex dus- naar mijn borsten. Mocht je zelf (nog) geen kinderen hebben gebaard: nachtelijke kuitspierkrampen zijn een vaak voorkomend verschijnsel bij zwangerschap. Zo ook gezwollen borsten. Als ik dus wakker word met kramp, controleer ik geschrokken of een even onvermoede als onbedoelde zwangerschap misschien de oorzaak is. Ook in dit geval is de reflex volslagen nutteloos. Mocht dit namelijk het geval zijn, dan is het kwaad wederom al geschied.

Nu vind je het misschien vreemd dat ik na maanden van logstilte uitgerekend dit onderwerp aanroer, op dit nachtelijke uur nog wel…

En jij? Heb jij rare reflexen?

28 mei 2006

Bloei


Ik kreeg mijn derde kind en ik dacht:
Weet je wat? Ik begin voor mezelf!
Dan bepaal ik zélf mijn werktijden.
Dan bepaal ik dus ook zélf hoeveel vrije dagen ik in een jaar heb: genoeg om thuis te zijn als de kinderen vrij zijn.
Dan ben ik flexibeler.
HAHAHAHAHAHAHA
Ik ben inderdaad enorm flexibel geworden:
ik werk nu elk weekend, elke avond, en vaker wel dan niet ook 's nachts.
Als de kinderen thuis zijn, ben ik er inderdaad meestal ook,
alleen vergeet ik dan dat ik ze voor mijn plezier heb,
en behandel ik ze als hindernissen:
'Ga nou éven iets voor jezelf doen, ik moet éven dit afmaken.'
De eerste bijwerkingen van het voortdurende slaapgebrek zijn zichtbaar:
mijn rechterooglid trilt onophoudelijk,
aan het einde van de dag praat ik met dubbele tong, alsof ik niet twee glazen,
maar twee flessen wijn op heb,
en seks is niet meer dan een vage herinnering aan vervlogen tijden.
Binnenkort zal mijn haar wel gaan uitvallen.
Misschien dat ik dan bereid ben keuzes te maken.
Kortom: mijn bedrijf floreert, en ik verlep.

En jij? heb jij nog luxe-problemen waarover je je wilt beklagen?
Schroom niet, dit logje vráágt erom

30 april 2006

Polderzilvervakantiespel

Polderzilverlezers van het eerste uur weten dat het traditie is: het polderzilvervakantiespel.
Deze keer (ahum) spelen we het vanuit Toscane.

Ik ga op vakantie en ik neem mee...

Mijn kaaskop en kaaskopjes
Zwembrillen, snorkels, flippers en helaas: een beginnend zwembandje
een stapel boeken die ik vast niet ga lezen,
een open blik,
een blikopener,
scheermesjes, epilady... of het haar op mijn tanden gewoon laten staan deze vakantie?
De laptop, maar geen idee of er in Pitigliano wifi is...

Wat neem jij mee op vakantie? Vertel!!!

21 april 2006

Lintje

Vannacht werd ik wakker met een lumineus idee.
Ik ben de hele nacht opgebleven om het uit te werken,
en zonet heb ik het naar hare Majesteit de Koningin opgestuurd.
Ik denk dat ik er een lintje mee ga verdienen.
Nu heb ik wel een probleem. Want... wat moet ik dragen naar de uitreiking van dat lintje?
Jij, lieve bloglezer, roept nu natuurlijk spontaan: iets van Graciela Naum!
Maar dat kan ik niet maken.
Graciela Naum is, zoals je weet, de vaste ontwerpster van prinses Maxima. Herstel: was. Ze was de vaste ontwerpster van prinses Maxima.


Onlangs verscheen in het NRC-Handelsblad namelijk een artikel van Marcel Haenen, waarin uit de doeken werd gedaan hoe de elegante creaties van ons prinsesje eigenlijk worden vervaardigd: door Boliviaanse illegalen, de 'Polen' van Argentinië, onder omstandigheden die het predicaat slavernij verdienen.
Op de dag dat het staatsbezoek van de Oranjes aan Buenos Aires begon, brandde door onbekende oorzaak één van de illegale naaiateliers af. Een aantal Boliviaanse 'werknemers' kwam daarbij om het leven, onder wie vier kinderen tussen de 12 en 15 jaar.
Na publicatie van deze feiten, besloot prinses Maxima geen gebruik meer te maken van de ontwerpen van Naum 'tot de werkomstandigheden zijn verbeterd'.
Gustavo Vera, voorzitter van de vakbond van werknemers in de textielindustrie, zei verbaasd te zijn dat Maxima niets wist van de illegale ateliers. 'Maar ja,' voegde hij daar veelbetekenend aan toe, 'de prinses wist geloof ik ook niets over de kwalijke rol van haar vader in de junta.'
Na het lezen van dit artikel had ik ontzettend met Maxima te doen. Ik dacht: wat moet het toch vervelend zijn om steeds voor zulke onaangename verrassingen te worden geplaatst. Vreselijk om steeds achteraf te moeten ontdekken dat de mensen met wie je je omringt niet deugen... En toen hád ik het, dat lumineuze idee.
Ik onthul hem hier, maar denk erom: ik heb het op papier uitgewerkt en naar de Koningin gestuurd, dus er berust copyright op.
Zou het niet reuze handig zijn, bedacht ik, als er een instantie in het leven zou worden geroepen die mensen screent voor ze aan de boezem van ons koningshuis worden gedrukt? Een organisatie van professionals die discreet en accuraat inlichtingen inwinnen over zakenlieden en bedrijven vóórdat deze tot hofleverancier worden verheven?
Nou? Is dat geen fantastisch idee?! Kan de Koningin een hoop ongemak besparen, toch?
Ja, ik denk dat onze Majesteit bijzonder verheugd zal zijn over dit idee. Ik zoek alleen nog een naam voor die op te richten instantie. Ik dacht aan iets met 'inlichtingen' of iets met 'veiligheid' erin.

Wat vind jij van mijn idee? Heb je een idee voor een passende naam?

4 april 2006

vrouwen onder elkaar

Ik dacht altijd dat ik nogal feministisch was.
Ik vond mannen vaak ongelooflijke watjes, namelijk.
Mannen, zelfs de slimme exemplaren, hebben hun testosteron vaak zo slecht onder controle.
Neem nou Bill: een intelligente man; politiek bedreven en sociaal vaardig, die het helemaal tot in het Witte Huis heeft geschopt. Of dichter bij huis: Ruud. Toch ook een getalenteerd man van onmiskenbare importantie. Maar er hoeft maar een vrouw met haar kont te draaien of ze verliezen beide hun zelfbeheersing. Zó sneu!
Al die jaren poetsen aan dat imago, al dat klimmen en klauteren op die sociale ladder, om zich uiteindelijk met een rotklap van hun voetstuk te storten, al graaiend naar het zachte vrouwenvlees.
Nu heb ik me ooit laten vertellen dat een stijve piemel héél veel bloed aan de hersens onttrekt. Ik ben daar nooit een serieus onderzoek over tegengekomen, dus het zal wel niet, maar toch kan ik, als ik een man iets héél doms zie doen, mijn ogen bijna niet van zijn kruis afhouden.
Puur wetenschappelijke nieuwsgierigheid, op zoek naar causaal verband.
Maar dit stukje gaat niet over mannen, het gaat over vrouwen.
Na bijna 20 jaar Opzij (mijn abonnement loopt sinds 1987) was ik echt gaan denken dat vrouwen gewoon betere wezens waren. Betere leidinggevenden, want niet zo op macht belust; betere vriendinnen, want van nature meer empathisch; betere collega's, want niet zo competitief.
Hahaha! Ja, nu ik het zo opschrijf moet ik er zelf ook wel om lachen.
De laatste weken heb ik op verschillende manieren te maken gehad met een kant van vrouwen die me op z'n zachts gezegd angst aanjaagt. Ik denk dat de uitvinding van massavernietigingswapens achterwege had kunnen blijven als men zich op tijd had gerealiseerd dat vrouwen in wezen wandelende gifbommen zijn. De enige beperking van de vrouw als gifbom is dat ze haar vernietigende uitwerking vooral op andere vrouwen richt. Mannen blijven vaak buiten schot.
Als een vrouw zich op wat voor manier dan ook bedreigd voelt door een andere vrouw, dan treedt er automatisch een mechanisme in werking dat oestrogeen omzet in cyanide. Ja, heus!
Vandaar dat vrouwen op hun gevaarlijkst zijn rond hun menstruatie.
Die dreiging kan echt of ingebeeld zijn, en kan betrekking hebben op elk aspect van het betreffende vrouwenleven.
Stel: je bent vrouw en je hebt een man die lijdt aan het Bill- en Ruudsyndroom. Dan is een mooie vrouw héél bedreigend. Een slimme vrouw kan bedreigend zijn als je zelf niet zo goed bent in je werk, en je bang bent dat je met haar vergeleken wat lullig af zult steken.
Maar het áller áller bedreigendst is toch wel een gelukkige vrouw. Vooral als ze gelukkig is door andere keuzes te maken dan je zelf hebt gemaakt.
Is zij gelukkig met haar huisje/boompje/beestje terwijl jij dag en nacht aan je carrière ploetert?
Is zij dolblij met haar carrière terwijl jij nu eenmaal voor een gezin hebt gekozen? Geeft zij borstvoeding terwijl jij juist de fles geeft? Dat KAN niet! Dat MAG niet!!! Dat brengt de grondvesten van je blijkbaar wankele gelijk aan het wiebelen! Er is maar één oplossing mogelijk: die vrouw moet onschadelijk worden gemaakt! Onmiddellijk!! Dus HAK HAK HAK tot er niets van haar overblijft.
Karaktermoord, tegenwoordig vaak door gif, met het toetsenbord toegediend.
Geloof je me niet?
Moet je voor de gein eens meelezen met de 'presslijst' van Women on the Web...

Waar word jij giftig van?

26 maart 2006

De bevrijdende leugen

Vorige week besteedde het NRC een pagina aan het verhaal van een jonge Argentijnse vrouw die net had ontdekt dat haar vader en moeder eigenlijk niet haar échte vader en moeder waren, maar min of meer de moordenaars van haar biologische ouders. 'Waarheid maakt vrij' was de kop boven het artikel van Marcel Haenen*, over de veelvuldige babyroof tijdens de junta.
Gisteren las ik in de Volkskrant dat de Moeders stoppen met hun jaarlijkse verzetsmars op de Plaza de Mayo, het plein voor het Argentijnse presidentiële paleis. De verzetsmars is niet meer nodig, aldus de woordvoerster van de Madres, want: 'de vijand huist niet meer in dat paleis'. De huidige (linkse) president, Nestor Kirchner, heeft hun vertrouwen gewonnen door de daad te voegen bij zijn verkiezingsbeloften, en veel te doen voor de mensenrechten in Argentinië. Zo heeft hij de amnestiewet afgeschaft die Videla en consorten tegen vervolging beschermde, en heeft hij de voormalige marineschool ESMA, het meest beruchte foltercentrum van de dictatuur, tot permanent museum gemaakt.
Volgende week gaat Koningin Beatrix op staatsbezoek naar Argentinië. Ze moet dan natuurlijk ergens een krans leggen, en welk monument is daarvoor uitverkoren? Het standbeeld van generaal José de San Martin, die in 1818 vermoord werd. Qua historische relevantie vergelijkbaar met Willem van Oranje, en ook qua actualiteit.
Maar je kunt natuurlijk geen krans leggen bij een monument voor de desaparecidos, als je Jorge Zorreguieta eenmaal als schoonvader van je zoon hebt omarmd, dat snap ik best... Die vrijheid heb je niet, als Koningin, toch...?
Vanmorgen ontving ik een mailtje van mijn oom in Argentinië, een broer van mijn moeder. We mailen eigenlijk nooit; het contact is nooit erg hecht geweest. Het mailtje, dat aan tientallen mensen was geadresseerd, bevatte een 'open brief aan de president'. De ontvanger wordt opgeroepen de mail door te sturen naar zoveel mogelijk mensen, bij wijze van steunverklaring aan de schrijfster. Deze laatste roept de president in dramatische bewoordingen op niet langer de kant te kiezen van de 'subversieven', en de 'zogenaamd verdwenen Argentijnen', en meer compassie te tonen met militairen zoals haar gesneuvelde man, échte patriotten, die slechts streden voor een beter Argenitinië.
Blijkbaar heeft mijn oom het ook 'nicht gewusst', en verkeert hij in de veronderstelling dat wij Argentinië verlieten voor een hele lange vakantie.
Niet de waarheid maakt hem vrij, maar de leugen.

Wat had jij liever nicht gewusst?

* Heb je het artikel van Marcel Haenen gemist, en wil je het alsnog lezen? stuur me een mailtje met je adresgegevens, en ik stuur je een kopie. Je kunt ook hier een kijkje nemen.

4 maart 2006

Stil-leven

Het was gezellig

4 februari 2006

Service with a smile


Vandaag mag zij de lege flessen inleveren.
Ze mag ook zelf het bonnetje bij de servicebalie verzilveren.
Vindt ze best spannend.
Ze loopt met het bonnetje in de hand naar de balie.
Ik sla haar van een afstandje gade.
De baliemedewerkster ziet haar staan, maar maakt geen aanstalten het telefoongesprek dat ze staat te voeren, te beëindigen.
Dan komt er een meneer.
Die kijkt naar mijn meisje, aarzelt een fractie van een seconde, en gaat dan niet achter haar, maar pal naast haar staan.
De baliemedewerkster legt onmiddellijk de telefoon neer. 'Kan ik u helpen?' vraagt ze aan de meneer.
En dan, net als hij zijn bestelling wil plaatsen, voelt de meneer iets in zijn achterhoofd branden.
Het zijn mijn ogen.
Hij draait zijn hoofd een kwartslag en ziet mij; hij stapt -nee, spríngt - naar achteren en maakt een royaal armgebaar in de richting van mijn dochter: 'Deze jongedame was eerst hoor!'
De baliemedewerkster kijkt zuinig.
De meneer glimlacht schaapachtig naar me.
Ik knik minzaam.
Hij zal het nooit meer doen.


Zeg 'ns eerlijk: Hoe opportunistisch ben jij?

31 januari 2006

ontmoeting

Ik zag haar al van grote afstand. Ze zat op een bankje op de dijk. Ze had haar fiets tegen de rugleuning van het bankje gezet; haar verkleurde rugtas nog onder de snelbinders. Het vroor drie graden, niet echt weer om buiten stil te zitten. 'Weet u misschien hoe laat het is?' vroeg ze, toen ik haar voldoende was genaderd. 'Nog lang geen tijd,' zei ik. Het was pas kwart voor elf. Ze kon pas om een uur of drie naar huis, dan kon ze een beetje geloofwaardig doen alsof ze van school kwam. De eerste twee uur had ze fietsend gedood; dat had haar naar dit dorp gebracht. Maar haar blote handen vroren zowat aan het stuur vast. Ze kon niet tot drie uur blijven rondfietsen. De tijd ging tergend traag voorbij. Het was maandag. De bibliotheek ging pas om twee uur open; de winkels waren tot een uur dicht. Ik nam haar van een afstandje op. Ze zag er kwetsbaar uit, al gaven haar gefronste wenkbrauwen haar een norse uitdrukking. Ze was zich er niet eens van bewust hoe ongelukkig ze eigenlijk was. Ze was alleen maar bezig met overleven; met zorgen dat ze de dag doorkwam. Ze dacht nog helemaal niet na over haar leven, over de toekomst. Het punt op de horizon was drie uur vanmiddag, als ze naar binnen kon. Ze verwachtte ook niets van het leven. Ze berustte in de wetenschap dat ze stom was. Ze was stom omdat ze een studiebol was, een 'uitslover'. Ze was stom omdat ze een buitenlander was. Ze was stom omdat ze altijd dezelfde stomme kleren aanhad. Ze was stom omdat ze nooit wat lekkers mee naar school had. Ze was stom en ze stonk. Naar frituurvet, zeiden ze, maar het was zonnebloemolie. Thuis werd alles in de zonnebloemolie gebakken. Een afzuigkap was er niet, en de vette walm kleefde aan haar; aan haar kleren, haar haren, haar jas. Zelfs haar tas stonk. Ze woonde nu vier jaar in Nederland. Ze beheerste de taal opmerkelijk goed; goed genoeg om naar het VWO te gaan, maar dat hielp niet, want ze kende de code niet. De code die alle kinderen in haar klas leken te kennen. Daar was ze te stom voor. Ik wilde mijn armen om haar heen slaan. 'Het komt helemaal goed met jou,' wilde ik haar zeggen. 'Over een paar maanden ga je op schoolreisje, zeilweek. Daar zul je echte vrienden maken, en daar zal de grote liefde je vinden. Je gaat studeren, je gaat je geld verdienen met het vak dat je nu al zo na aan het hart ligt. Je krijgt prachtige kinderen. Heus, je gaat er wat van maken. Wees niet bedroefd, doe dat harnas uit.' Maar ja, ik was natuurlijk dik twintig jaar te laat.

Kom jij jezelf nog wel eens tegen? En wie zie je dan?

26 januari 2006

gratis stroom van Nuon


Het was in de zomer dat ik twaalf werd. Een buurvrouw gaf een tuinfeest en ik was daar zonder mijn ouders verzeild geraakt.
Naast me zat René. Hij was veel ouder.
Dat wist ik niet alleen omdat hij een helm bij zich had; ik kon het ook aan hem zien. Hij had boven zijn bovenlip iets vlassigs dat waarschijnlijk een snor moest voorstellen.
Hij rook naar aftershave en hij keek naar me zoals de jongens uit mijn klas nog nooit naar me hadden gekeken.
Ik voelde een raar soort spanning.
Ik deed mijn uiterste best om te doen of ik me niet van zijn aanwezigheid bewust was, maar intussen verloor ik hem geen seconde uit de ooghoek.
'Hoe heet je?' vroeg hij, en hij raakte met de zijkant van zijn wijsvinger mijn blote bovenarm aan.
'Polderzilver,' zei ik, mijn blik strak op mijn schoenen gericht.
'Ik heet René' zei hij.
Ik zag hoe mijn buurmeisjes elkaar aanstootten, en proestend van ons wegkeken. Ik voelde mijn wangen gloeien, en bedacht dat ik beter op kon staan; bij mijn buurmeisjes gaan zitten en meeproesten. Maar ik verroerde me niet.
Iemand verwisselde de plaat met discomuziek die tot dan toe had gedraaid voor iets anders. Zoetgevooisde mannen zongen een langzaam liedje.
'Wil je met me dansen?' vroeg René.
Ik schudde resoluut het hoofd zonder mijn blik van mijn schoenen los te maken.
En toen gebeurde het: hij boog zich naar me toe en zong fluisterend in mijn oor: 'would you miiiiind sharing the niiight together...' Het was alsof ik door de bliksem werd getroffen. Die stem zo dicht bij mijn oor bracht een stroomstoot teweeg die rechtstreeks van mijn trommelvlies naar mijn kruis ging. Hij passeerde daarbij mijn maag, die zich van de schok zo hard samenbalde dat het halve stokbrood met kruidenboter dat ik had verorberd bijna terug mijn keel in werd gestuwd.
Ik kromp spastisch ineen, alsof iemand me verschrikkelijk had gekieteld.
De stroom bliksemde zijn weg naar mijn armen en benen, en toen naar mijn hoofd, waar kortsluiting ontstond.
'Ik moet naar de wc!' riep ik in het wilde weg, en maakte me struikelend uit de voeten.
Die hele zomer heb ik aan René gedacht. Ik fantaseerde erover dat hij mij op zijn brommer zou komen ophalen, en dat we eindeloos zouden dansen op langzame liedjes. Ik trok zoveel mogelijk met mijn vervelende buurmeisjes op, in de hoop hem weer tegen het lijf te lopen, maar dat gebeurde niet.
Ze vertelden me nog wel dat René mij 'een stuk' vond. 'Hij dacht dat je veel ouder was,' verklaarden ze, met een afgunstige blik op mijn allesbehalve kinderlijke meisjesborsten.

Gisteren stond ik tijdens het reclameblok de vaatwasser uit te ruimen, toen ik plotseling weer onder stroom stond. Met dank aan Nuon.

Wat geeft bij jou kortsluiting?

14 december 2005

visueel gehandicapt

Ik kan op het moment mijn lenzen niet in en móet dus - ik heb min vier- mijn bril op.
Zo'n bril heeft ten opzichte van lenzen louter nadelen, zo dacht ik.
Hij beslaat bij het koken;
hij hindert bij het zoenen;
hij vliegt van mijn hoofd als ik weer eens te wild gesticuleer...
En het allervervelendste is dat hij steeds vies wordt, en dat ik hem dan af moet doen om hem te poetsen, en dat ik dan even niet zo scherp zie.
Dat dácht ik dus, maar nu weet ik wel beter.
Nu heb ik namelijk met mijn kinderen de kerstboom opgetuigd.
Uit talloos veel versieringen, door de jaren heen verzameld, maakten wij gezamenlijk een selectie.
Het werd dus een typische poldermodelkerstboom:
zoonlief heeft - omdat hij alleen bij de onderste takken kan - wel héél veel ballen aan één tak gehangen, waardoor de versieringen eigenlijk meer op de grond liggen, met de tak eroverheen...
Dochterlief kon niet kiezen tussen zilver, fuchsia, rood, turkoois en fullcolour, dus nam ze van alles wat;
En ik houd van heel veel kleine lampjes, waar helaas wel erg veel lelijk snoer bij zit...
Het resultaat van onze gezamenlijke inspanningen was eigenlijk een kakofonisch en rommelig geheel...
Zo zat ik met gemengde gevoelens de opgetuigde boom te bekijken, toen ik me realiseerde dat er wel erg veel stof en opgedroogde regendruppels op mijn bril zaten.
Ik zette hem af om hem schoon te maken
En toen zág ik het:
Niet de takken, maar de boom,
Niet de ballen, maar de kleuren,
Niet de slingers, maar de glans,
Niet de lampjes maar het licht!
Hij was prachtig!!!
Lief deed toen ook zijn bril af,
en samen bleven we een tijdje zo zitten, genietend van dit wondermooie schouwspel
dat alleen voor kippige mensen is weggelegd.
En voor het eerst in mijn leven was ik niet jaloers op mensen met goede ogen, die altijd maar scherp zien. Want die zijn dus eigenlijk... visueel gehandicapt.

Hoe scherp is jouw blik deze kerst?

29 november 2005

Salami


Ik wilde het niet.
Ik wilde géén TV in de huiskamer.
Zo'n lelijk ding, zo'n puist op het aangezicht van mijn liefdevol ingerichte woonruimte.
Zo'n ding dat alle aandacht naar zich toe trekt en iedereen monddood maakt.
Zo'n raam met uitzicht op alle bagger en pulp van het Westelijk halfrond.
Op zolder mocht ie staan, de ruimte die lief en ik voor onszelf geclaimd hebben in dit huis.
Af en toe, als het pijpenstelen regende en ze in geen enkel spelletje of knutselwerk meer zin hadden, mochten de kinderen op ons bed een tijdje naar dat ding staren.
Maar de kinderen wilden steeds vaker naar Sesamstraat kijken, naar Villa Achterwerk en naar Het Klokhuis. En dan stond ik beneden in mijn eentje te koken, terwijl zij boven TV keken...
Nou, vooruit dan; er mocht beneden een TV-tje komen. Maar dan wel een héél kleintje, zo eentje die in de kast paste. Onze ondiepe kast, met schuifdeuren die het toestelletje fijn aan het oog onttrekken.
Die kwam er. En het werkte goed: overdag zag je er niets van, en werd het dus ook geen automatisme om dat ding naar schooltijd aan te zetten.
En 's avonds als ik ging koken, ging het kastje open en kon ik van een afstandje meegenieten van toch wel héél leuke kindertelevisie.
Maar het prul ging stuk.. Midden in de winter! En toen na een week de kleurplaten op waren, misten we het toch wel.
Er moest een nieuwe komen. En geen prul deze keer.
Maar niet zo'n grote hoor! Gewoon een bescheiden TV'tje, maar dan van een beter merk...
We lieten ons écht niet gek maken door de commercie. We gingen géén groot bakbeest neerzetten in de woonkamer, en een groot LCD scherm paste weliswaar in de ondiepe kast, maar we gingen écht geen bakken met geld uitgeven aan zo'n ding!
Da's niets voor ons! Wij geven immers niets om televisie; wij geven ons geld liever uit aan... nou, aan léuke dingen!
Enfin, je raadt al waar we mee thuiskwamen...


Een collega noemde dit soort verschijnselen heel beeldend de 'salamitactiek':
je neemt steeds een klein stukje,
en voor je het weet heb je de hele worst op.

BURP!

Wanneer (en waarvoor) ging jij voor de bijl?

20 november 2005

Het laatste taboe

Van blote borsten kijkt in Nederland niemand meer op of om.
Op het strand, op balkons en in achtertuinen zijn ze op zonnige dagen in alle maten, leeftijden, en stadia van
(zon-) verbranding te zien. Bloot in het algemeen is geen punt, eigenlijk.
Seksbladen liggen in de supermarkt strategisch op ooghoogte uitgestald (goed voor omzet op basis van impuls-aankopen);
bushokjes worden niet zelden opgeleukt met levensgrote afbeeldingen van bloot mensenvlees (helpt wachtenden warm te blijven op koude winterdagen);
en op televisie staat allen Andries Knevel nog garant voor een uurtje geen bloot (godzijdank! ).

Maar wil je met zo'n zelfde borst als waarmee je mag zonnebaden, bladen verkopen of bushokjes opleuken je kind voeden, dan blijkt dat niet geheel teboevrij te zijn.
Dan kijkt dezelfde vriendin met wie ik vroeger topless op het strand lag, nu gegeneerd om zich heen als ik mijn kind ik een lunchroom wil gaan voeden.
Dan is een flesje afgekolfde moedermelk in de koelkast aanleiding voor grappen en grollen van mannelijke visite, die zegt te gruwen bij de gedachte per ongeluk moedermelk te verwisselen met koffiemelk...
Gek toch, als je er even over nadenkt: men heeft er geen enkele moeite mee allerlei andere lichaamssappen tot zich te nemen, die strikt genomen níet voor consumptie bedoeld zijn, maar men gruwt bij de gedachte aan een slokje moedermelk, die toch echt van alle lichaamssappen verreweg het lekkerst smaakt!
Sowieso vreemd eigenlijk, dat (bijna) niemand gruwt van melk die aan dierlijke uiers is onttrokken, en wel van melk die uit een vrouwenborst is gewonnen... Melk waar we (bijna) allemaal de eerste levensmaanden op hebben geleefd...

Waar komt dit taboe op moedermelk volgens jou vandaan?
of:
Lust jij ook een slokje?

14 november 2005

Verdacht


Mijn dochter is niet van gisteren.

Hoe kan het dat alles wat bij Sinterklaas thuis gebeurt wordt gefilmd, en dat de pieten dat niet doorhebben?
Hoe komen alle pieten zo raar bruin?
Hoe kan het dat Sinterklaas al oud was
toen oma klein was, en dat hij nog steeds niet dood is?
Waarom heeft Floor een groot goochelboek gekregen in haar schoen? Echte cadeau's geeft Sinterklaas toch
pas op 5 december?
Die hulpsinterklaas is eigenlijk gewoon nep!
Zijn de Pieten wél allemaal echt?

Ai!
Ik vrees dat het kwartje op het punt staat te vallen.
Ze weet het zelf nog niet, maar het ontnuchterende proces
is onomkeerbaar in gang gezet.
Ik heb een knoop in mijn maag.
Niet alleen nadert het einde van een fantasievol en magisch tijdperk;
Niet alleen zal ze binnenkort een illusie armer zijn (ze wil zo graag naar de Pietenschool om op daken te leren klimmen!);
Wat ook nadert is mijn ontmaskering!
Al die leugens die ik heb verteld om de magie in stand te houden!
Al die brieven van Sint die ik vervalst heb!
Al die zorgvuldig geënsceneerde pakjesavonden!
De complotten met familie en buren!

Als ze straks nog maar wel
In haar moeder blijft geloven!!!


Ben jij al eens lelijk door de mand gevallen?

13 november 2005

CV

De mens - ook de kleine uitvoering - is een gewoontedier. Ooit las ik over een onderzoek naar gedrag binnen een groep apen in gevangenschap. In de ruimte waar de apen verbleven werd aan een touw een banaan opgehangen. Steeds als een aap de banaan probeerde te pakken, werden alle andere apen met een tuinslang natgespoten door de onderzoekers. De apen vonden dit niet fijn, en probeerden dus op een gegeven moment niet meer die banaan te pakken. Dan haalden de onderzoekers een aap uit de groep en vervingen deze door een nieuwe aap, die het natspuiten nooit had meegemaakt. De nieuwe aap zag de banaan en wilde - in zijn onwetendheid - een greep naar dat lekkers doen. De andere apen, die wisten wat er dan zou gebeuren, vielen de nieuweling onmiddellijk aan om hem dit te beletten. De nieuwe aap leerde zo dat het absoluut uit den boze was om die banaan te pakken, en dat iedereen die dat probeerde aangevallen diende te worden, al had hij geen idee waarom. Zo werden er steeds 'oude apen' door nieuwkomers vervangen, tot er in de hele groep geen aap meer over was die ooit was natgespoten. Toch bleef de hele groep elke nieuwkomer aanvallen als deze de banaan probeerde te pakken. Als aap in die groep dééd je dat gewoon. Punt. Daar moest ik gisteren even aan denken toen mijn kinderen, in navolging van hun neef en nicht, hun schoenen bij de radiator zetten en braaf voor de Sint gingen zingen met hun gezicht naar de verwarming, zonder zich af te vragen waar dat eigenlijk op sloeg, en of de schoen bijvoorbeeld niet beter in de buurt van een deur kon staan... Weet jij altijd waarom je doet wat je doet?

29 oktober 2005

kruk


Mijn dochter en mijn lief zouden als trendwatcher niet aan de bak komen.
Ze hebben de rage van het 'Nordic walking' nog helemaal niet opgemerkt.
Vanmiddag stuitten we tijdens onze wandeling rond het Geestmerambacht op twee dames die deze vorm van snelwandelen - niet al te fanatiek - beoefenden.
'Hè!?'riep dochterlief uit, 'díe mevrouw kan superhard lopen met krukken!!!'
Lief rukte zich een moment los van zijn overpeinzingen om dochter van uitleg te voorzien: 'nee joh, dat zijn mensen van de plantsoenendienst.'

Volgens mij geen gek idee van mijn verstrooide lief : nordic-walkingstokken met een prikker aan de uiteinden. Kunnen de dames (want voor zover ik tot nu toe kan zien is het een echte middelbare-damessport) de wandelpaden al walkende van afwal verlossen.
(Mij konden ze intussen in ieder geval opvegen)

Waar loop jij wel warm voor?

9 oktober 2005

tegendraads

Er klopt iets niet...
De avond valt steeds vroeger
op de dag

Vliegezwammen schieten
rood met wit gestipt
als paddestoelen uit de grond

Blaadjes verschieten van kleur
waaien los, regenen neer

En binnen brandt de kachel

Je zou zeggen: het is herfst
Maar kijk eens goed
in mijn kinderwagen
is de lente net aangebroken

Is het bij jou al herfst?

8 oktober 2005

Musk

De bel gaat.
Ik doe open en ze komt binnen in een wolk van Musk.
De hal verandert terstond in een tijdmachine.
Ik ben weer zestien.
Urenlang bereid ik me samen met een kluitje schoolvriendinnen voor op het schoolfeest in
'de Berger Meermin'
Sommigen zijn meteen uit school met me mee naar huis gefietst.
Anderen zijn na het eten naar mijn ouderlijk huis gekomen.
Rugtassen vol kleding, make-up en schoenen worden de trap op gezeuld naar mijn kamertje.
Urenlang passen we - al giechelend en roddelend - elkaars kleding;
wassen, föhnen en touperen we elkaars haar.
Nog wat gel erin, nog wat touperen, haarlak erop, want het is 1986 en het haar kan niet wijd genoeg van onze hoofden af staan. Dan maken we ons op. En als het bijna tijd is om te gaan touperen we het haar nog eens extra, en spuiten we er nog wat haarlak op.
Dan komen de flesjes Musk uit de tassen tevoorschijn. In een bedwelmende wolk van mierzoet en toch haast dierlijk 'parfum' trekken we in colonne aan mijn moeder voorbij, die doet of er niets aan de hand is, of we er niet belachelijk uitzien, met die enorme aureolen van opgetist haar, of we niet een uur in de wind stinken.
Mijn moeder glimlacht en wenst ons met een gerust hart veel plezier, want ze weet:
we stappen zo op de fiets, en trappen precies een uur lang in de (tegen-) wind door de polder voor we op het feest aankomen.
Tegen die tijd is ons haar allang weer platgewaaid en -geregend, en is de wolk musk nog maar een klein (hardnekkig) wolkje.
'Zóóó, en dit is dus Cato?' de wolk Musk hangt nu dreigend boven het wipstoeltje waar mijn drie weken oude dochter in ligt te soezen. 'Wat een schatje...'
'Ja hè,' zeg ik. 'Je bent zeker met de auto?'

Welke geur brengt jou terug in de tijd?

1 oktober 2005

Wolk

De zon komt op (haast onzichtbaar achter het grijze wolkendek). Ik heb er al anderhalf uur op zitten: ene borst leeg, boertje, schone luier, volgende borst, weer boertje, terug in het wiegje, nee wil niet, liedje neuriën, wiegje schommelen, nee wil echt niet, dan maar even ronddragen, liedje neuriën, valt in slaap, terug in het wiegje... Ik kijk op de wekker: 07.00 uur. Over een half uur worden broer en zus wakker. Het heeft eigenlijk geen zin meer om naar bed te gaan, maar ik ben zo moe... Ik ga toch maar even liggen, val als een blok in slaap. De wekker gaat. Voetstappen op de trap, krakende vloerplanken. Twee slaperige hoofdjes in de deuropening. Ssssst baby slaapt... Naar beneden, tafel dekken, broodjes smeren, kleertjes klaarleggen, tandjes poetsen, schooltassen pakken. Gym vandaag. Kus, kus, daar gaan ze. Vandaag met papa. Ik moet terug naar mijn bed, ik val bijna om. Eerst de tafel afruimen. O, de vaatwasser moet eerst leeg. Ook maar meteen een wasje draaien, want we zijn door de schone spuugdoekjes heen; 09.00 uur. Over een uur weer voeden. Als ik nu het badje klaarzet, kan ze voor de voeding even lekker poedelen. Vindt ze zo lekker, zo'n lief gezicht... Badderen, foto's maken. Haar geduld raakt op, ze wil eten, NU! Gauw in de kleertjes. Straks bezoek, dus mooi pakje. Ene borst leeg, boertje, volgende borst... valt al na één slok in slaap, dus terug in het wiegje. Gauw zelf onder de douche, nu het kan. Shampoo in mijn haar... O jee, ze huilt. Tja, aan één borst heeft ze niet genoeg... Haar afspoelen, tulband, onderbroek, snel naar haar toe. Tweede borst leeg, boertje... Oeps! toch iets te veel van het goede, mooie pakje ondergespuugd... Zometeen visite, gauw schone kleertjes aan. Hèhè klaar, nu mezelf snel aankleden. Ze loopt rood aan, nee hè, ja hoor, een spuitluier. De gele poep reikt tot aan haar nek. Kleertjes uit, beetje schoonpoetsen, weer schone kleertjes... Schiet in m'n spijkerbroek (hij past!), leuk T-shirtje erboven... shit, zoogkompres vergeten, lekkagevlek op linkerborst. T-shirt uit, ander shirtje pakken, geen tijd om haar te föhnen, speld erin. Beetje mascara... Ding dong. Méid, wat zie je er goed uit! Nou, je bent er weer helemaal hè... met melk en suiker alsjeblieft. Wat een wólk! Wat is ze zoet, wat slaapt ze lief, wat een mooi pakje, Nou je boft maar hoor... Het is waar, ik bof. Ik bof enorm. Ik bof driedubbel en dwars. Ik ben alleen een beetje moe...

Wat beheerst jóuw leven op het moment?

Update: Hoe ze heet? we wijden er een nieuwe poll aan! Vul hem in!!! na 50 stemmen maak ik de juiste naam bekend

17 september 2005

Van de daken

Morgen komen de tranen, weet ik uit ervaring. Tranen van ontroering om dat volmaakte minimensje dat zo weerloos in haar wiegje ligt; tranen van vermoeidheid en uitgesteld zelfmedelijden, om de helse pijn die ik heb moeten doorstaan; tranen van geluk om die geweldige broer en zus, gisteren nog zo klein, en nu plotsklaps zo groot naast Duimelijntje... Morgen tranen met tuiten dus, maar nu niet. Nu staat het lachen me nader dan het huilen, want de adrenaline giert nog door mijn lijf. Liever dan te huilen zet ik nu het raam open en klauter ik op het dak. Met een megafoon. En schreeuw ik het de wereld in: `Gewone stervelingen! tot u spreekt een almachtig wezen, een oerkracht, een godin!!!' 'Voor de derde keer heeft dit verre van volmaakte lichaam een volmaakt wonder verricht!' 'Dit lijf, dat te korte benen heeft om ooit over een catwalk te kunnen schrijden...' 'Dit lijf, dat te dikke billen heeft om ooit weer in een spijkerbroek maat 28 te passen...' 'Dit lijf, dat nu een buik heeft als een ingezakte soufflé...' 'Dit lijf, dames en heren, heeft alwéér... geheel op eigen kracht... een volmaakt nieuw mens op de wereld gezet!!!' 'En het is nog een meisje ook!!!' 'JIIIIIIIIIHAAAAAAH!!!' Ik zou het zo doen, echt waar. Maar daar komt de kraamhulp al de trap op, Om te zeggen dat ik nu echt achter de computer vandaan moet, en moet gaan rusten. Jammer.

Wat geeft jou een enorme kick?

14 september 2005

buik voor zwitsalgirl

Móóie buik toch?

En dan te bedenken dat al dit moois straks als een pudding in elkaar gaat zakken, en om mijn taille heen gaat zwabberen als een leeggelopen zwemband... Dat ik honderden sit-ups, crunches en weet ik veel wat voor offers nog meer zal moeten brengen om er weer een enigszins toonbare buik van te maken... Ik geniet nog maar even van deze strakgespannen toestand.

2 september 2005

zat

'Ben je het nog niet zat?'
De bakker, de buurvrouw op straat, zelfs de verloskundige bij de wekelijkse controle...
Niemand begroet me nog met 'hallo,' of met 'goedemorgen'.
Iedereen schijnt verschrikkelijke haast te hebben om mij van mijn kind verlost te zien.
Misschien ziet mijn bolle buik er niet erg comfortabel uit,
maar echt: het valt reuze mee!
Vanmorgen na het douchen heb ik mijn teennagels nog gelakt.
Lukte prima.
Ik slaap ook nog uitstekend, dank u.
En nee: ik hunker niet naar mijn spijkerbroeken.
Ik vind mijn buik prachtig. Een mooie, strakke watermeloen is het.
En ik vind al dat leven erin heerlijk.
Ik ben altijd met z'n tweetjes.
Straks ben ik weer helemaal alleen in dit lijf.
Ik mis haar nu al...
En het meest bijzondere is: ze is nu nog helemaal van mij!
Als ze eenmaal geboren is, wordt ze van zichzelf, en van haar vader, haar broer en zus, haar oma's, haar ooms en tantes...
Iedereen kan haar dan bij haar naam noemen, iets van haar vinden of verwachten.
Ik word heel hebberig bij die gedachte. Ik wil haar helemaal niet hoeven delen!
Grote en kleine gevaren zullen haar bedreigen: de tocht, bacteriën en ziektekiemen, enge mensen, valse beesten...
Niets van dat alles kan haar nu nog deren.
Ze is veilig bij mij.
Tuurljk, tuurlijk, naast al die gevaren zullen prachtige dingen haar pad kruisen: liefde, vreugde, schoonheid zullen haar deel zijn. Ik gun het haar van harte, en als de tijd rijp is, laat ik haar heus wel gaan...
Maar ik heb geen haast.
Dus nee, ik ben het nog niet zat.
De zwangerschap dan hè, want die begroeting... die mag van mij wel weer veranderen in 'hallo' of 'goedemorgen'

En jij? Wat zou jij graag nog even willen rekken?

7 augustus 2005

Gedoogbeleid

Dochterlief heeft een logé. Haar vriendinnetje van school blijft slapen.
Zoonlief vindt dat hartstikke gezellig. De hele ochtend is hij in afwachting van haar komst, alsmaar roepend dat Floor komt logeren, en hoe leuk dat wel is...

...Tot het tot hem doordringt dat hij op zijn eigen kamer moet slapen.
Eerst is er ongeloof, dan gekwetst pruilen, en uiteindelijk ontroostbaar verdriet als hij met dit feit wordt geconfronteerd. Hij voelt zich buitensgesloten.
Hoewel ik er voorstander van ben om mijn kinderen met de 'facts of life' te leren leven, heb ik toch wel met het mannetje te doen.
Ik stel de dames dus voor om het grote aerobed voor ze op te blazen, waar zij samen in mogen slapen, als Zoon dan in Dochters bed mag. De dames kijken bedenkelijk; overleggen het nog even, en gaan uiteindelijk akkoord. 'Maar je moet wel stil zijn als wij dat zeggen, anders ga je maar naar je eigen kamer,' eisen ze onverbiddelijk.
Zoon knikt instemmend, en glimlacht alweer door zijn tranen heen.
Hij mag bij ze blijven, hij hoort er weer bij... denkt hij.
Maar niets is minder waar, natuurlijk.
Zijn aanwezigheid wordt gedoogd, maar de dames zien hem amper staan.
Aan hun spel mag hij alleen meedoen als hij de hond wil zijn.
Dreigt hij in opstand te komen, dan waarschuwen ze: 'Als je bij ons wilt slapen, moet je wel doen wat wij zeggen, anders slaap je maar op je eigen kamer.'
Dat werkt. Hij is de meest toegewijde hond die een baas zich wensen kan. Verder wordt hij beurtelings volledig genegeerd, als knechtje ingezet (houd dit eens vast, vraag mama eens of we een snoepje mogen...), of genadeloos uitgelachen. De schat lacht dan hard mee.
Je denkt dan misschien dat hij niet doorheeft dat ze hem uitlachen. Maar onder het (net iets te hard) schateren zoekt hij met zijn blik steun bij mij.
Hij beseft maar al te goed wat er gaande is. Het is de prijs die hij moet betalen om bij hen te mogen zijn, en hij accepteert het. Sterker nog: hij gooit zich er helemaal in!
Mij hart gaat naar hem uit, en ik weet niet wat ik ervan moet vinden:
Getuigt zijn gedrag nu van sociale intelligentie, en kan ik gerustgesteld tegen mezelf zeggen dat mijn zoon zich wel zal redden in het leven?
Of is het juist een blijk van gebrek aan ruggengraat, en moet ik me zorgen gaan maken over toekomstig meeloopgedrag?

Heb jij ooit een (te) hoge prijs betaald om ergens bij te mogen horen?

28 juli 2005

Huilebalk


Ik geef me over.
De hormonen hebben me in hun greep.
Tegelijk met mijn baarmoedermond en mijn bekken verweken ook mijn hersenen.
Het kortetermijngeheugen is zo goed als uitgeschakeld. Als een kip zonder kop loop ik de hele dag naar sleutels te zoeken die ik in mijn handen heb, brillen die op mijn hoofd staan, pennen die voor mijn neus liggen.
De nesteldrang heeft inmiddels ook toegeslagen: als een tornado ben ik de laatste weken door het huis gegaan. Eerst gewapend met kleurstaaltjes, verf, kwasten en rollers. Vervolgens met emmers sop, poetsdoeken en stofzuiger. Tot mijn afschuw hoor ik mezelf de hele dag tegen mijn vakantievierende kinderen roepen: 'géén rommel maken!'
Er is ook een beschermend filter in werking getreden dat de realiteit maar mondjesmaat tot mij laat doordringen.
Bomaanslagen? Honger in Afrika? Mohammed B?
Niet in míjn wereldje! Ik zap het gewoon weg. Hier, in mijn warme, propere nest, is het veilig.
Maar onrecht en weltschmerz laten zich niet zo makkelijk wegpoetsen.
Slinks vinden ze hun weg langs mijn filter, vermomd als Disney-film.
Het is al een week schoolvakantie en het is nog geen dag droog geweest. De dvd-speler draait dan ook op volle toeren. The lion king, Finding Nemo, Brother bear... stuk voor stuk brengen ze de tragiek van het leven in het algemeen en de ouder-kind liefde in het bijzonder in onze huiskamer. Van de (meestal belabberd vertaalde en nog slechter vertolkte) liedjes aan het begin van de film moet ik al huilen. Eerst nog bescheiden en ingetogen een traantje wegpinkend, maar steevast eindigend in onbedaarlijke huilbuien, schokschouderend en snotterend dat het een lieve lust is.
De eerste keer reageerden mijn kinderen nog bezorgd. 'Wat is er mam?' 'Ben je verdrietig?'
Maar inmiddels zijn mijn huilbuien verworden tot bonusmateriaal; extra special-effect bij de dvd-tjes; onuitputtelijke bron van leedvermaak.
Mijn voorstellen om te knutselen, restaurantje te spelen, te rummicubben, worden steevast afgewimpeld. 'Nee, laten we een dvd-tje kijken!' En opgetogen zetten ze de doos kleenex en het glaasje water alvast klaar.
De hufters. En dan te bedenken dat ze binnenkort versterking krijgen...

Waardoor word jij tot tranen toe geroerd?
Of ben jij niet van je stuk te brengen?

8 juli 2005

Flirt (deel 3)


Van een afstandje kijkt ze naar de groepjes die andere moeders op het schoolplein vormen. Dikke klonten voorbeeldig moederschap in de flauwe oersoep van het dorpsleven.
Eén van de klonten is een vierkoppig monster.
De hoofden draaien om beurten quasi onopvallend haar kant op, terwijl ze op gedempte toon met elkaar praten.
Haar maag balt zich bij de aanblik van dit monsterlijke schoolpleinritueel tot een dikke knoop. Normaal gesproken ziet ze die meerkoppige monsters amper staan. Onbewust voelt ze zich eigenlijk boven hen verheven. Niet gehinderd door enige kennis vooroodeelt ze er vrolijk op los, afgaande op hun uiterlijk (degelijk schoeisel, korte - al dan niet gepermanente- coupes, tijdloos-sportieve Libelle-outfits), en hun intonatie (Noord-Hollandse tongval met West-Friese couleur locale; elkaar voortdurend bijvallend met uitroepen die steevast beginnen met 'Méid...').
'Niet interessant' heeft ze snel geconcludeerd, en ze keurt hen gewoonlijk amper een blik waardig.
Maar nu piept haar innerlijke stem wel een toontje lager. Plotseling interesseert hun geroddel haar wel degelijk: hebben ze het over haar? Ze voelt ze zich ineens niet meer zo boven hen verheven. Eerder klein en banaal onder hun nuchtere blikken.
Zíj hebben hun leven waarschijnlijk volledig onder controle... zíj brengen hun huwelijk en gezinsleven niet in gevaar omdat ze verslaafd zijn aan de aandacht van een andere man... En zij zouden wel eens heel veel macht over haar leven kunnen hebben; als zij iets weten, en zij inderdaad het onderwerp van hun geroddel is...
'Mam, we gaan toch niet wéér naar de speeltuin hè?' Merel kijkt afwerend naar haar op. Het arme schaap. De afgelopen maanden heeft ze haar en haar broertje elke woensdag- en vrijdagmiddag naar de speeltuin gesleept. Onder het mom van 'lekker spelen' en 'frisse lucht' heeft ze haar kinderen gebruikt als alibi om hém te ontmoeten. Een paar weken geleden zijn ze op een regenachtige dag zelfs samen uitgeweken naar Ballorig, om maar geen gelegenheid te hoeven overslaan.
Aanvankelijk streelde zijn belangstelling haar ego, en trad ze hem luchthartig en geamuseerd tegemoet. Maar met elke nieuwe ontmoeting groeide de intimiteit in hun gesprekken. Aarzelende, terloopse aanrakingen, schijnbaar per ongeluk ontstaan, maakten plaats voor openlijke, doelbewuste liefkozingen. Minimale gebaren natuurlijk, want hoe ver kun je gaan in een speeltuin waar je eigen kinderen rondrennen, en waar je bekenden tegen het lijf kunt lopen? Maar juist de ingehouden spanning van die kleine aanrakingen bracht haar het hoofd op hol.
Had hij zich in eerste instantie een plekje veroverd in haar fantasietjes over seksuele escapades, nu had hij zijn territorium uitgebreid naar haar fantasieën over een toekomstig leven.
Steeds vaker vergeleek ze haar lief met hem, en tot haar ontsteltenis moest haar lief steeds het onderspit delven; want híj was romantischer, erudieter, emotioneel meer volwassen, attenter, zelfverzekerder, ... De man met wie ze haar halve leven had doorgebracht, met wie ze een gezin had gesticht, met wie ze twee handen op één buik was, werd opeens teruggebracht tot 'second best'.
'Nee hoor, schat,' stelt ze haar dochter gerust. 'Zeg jij maar waar je zin in hebt vanmiddag.'
Het moet afgelopen zijn, weet ze nu heel zeker. Strikt genomen is er nog niets gebeurd wat ze achteraf niet als onschuldig geflirt kan afdoen. Ze zal voorlopig de speeltuin mijden. Ze zal het laten doodbloeden. Hij zal het begrijpen. Hij weet hoezeer ze met haar gevoelens worstelt. Hij zegt dezelfde worsteling door te maken. Hij zal haar keuze respecteren.

(wordt vervolgd...)

Wat denk je? Zou het?
Zou dit jou kunnen overkomen?
Wat vind je van haar?

Lees hier deel 1 Lees hier deel 2

27 juni 2005

Oranjebitter


Beste Maxima,
Gisteren zag ik de eerste Tv-beelden van jouw wolk van een tweede dochter. Gefeliciteerd!
Ik vond het nu eens tijd worden om je te schrijven, van polderzilverling tot polderzilverling.
Ik heb het niet eerder kunnen opbrengen. Bij de geboorte van je eerste dochter heb ik niets van me laten horen. Sorry hiervoor, maar het heeft even geduurd voor ik de ironie van het leven enigszins kon verwerken.
Jij en ik hebben verrassend veel dingen met elkaar gemeen: beiden rond 1970 geboren in het prachtige Argentinië;
beiden onze grote liefde gevonden in dit kikkerlandje;
beiden ons zilver toegevoegd aan de poldermineralen (toegegeven, jij met iets meer effect dan ik...); en onze Argentijnse genen vermengd met de Hollandse. Een mooie mix!
Maar ondanks deze overeenkomsten zouden jij en ik geen grotere tegenpolen kunnen zijn...
Ik zal eerlijk zijn: Toen jij en je lief jullie verloving bekendmaakten, heb ik voor de TV zitten janken.
Niet van ontroering, maar van onmacht, van woede, pijn en frustratie.
Dat had natuurlijk niets met jou persoonlijk te maken. Joost mag weten wat je in Willem-Alexander ziet, maar als jullie van elkaar houden, dan wens ik jullie een lang en gelukkig leven samen...
Maar jullie verloving was voor mij geen feestelijk moment. Het leek eerder een wrange grap.
Je moet weten, beste Maxima, dat ik een hele andere jeugd heb gehad dan jij.
Geen jeugd, eigenlijk. Ik ben van mijn jeugd beroofd door de club waar jouw vader deel van uitmaakte.
Mijn kindertijd is vergiftigd door beelden, angsten en zorgen die geen kind zou mogen kennen.
Mijn familie is ontwricht, en ik heb het mooie Argentinië moeten verlaten.
Niet uit vrije wil, zoals jij, om de liefde te volgen, maar in doodsangst, om het vege lijf te redden.
En dan ben ik er nog levend afgekomen...
Voor vele duizenden anderen mocht dat niet zo zijn. Zij zijn gemarteld, verkracht en vermoord omdat ze anders over de wereld dachten dan de club van je vader.
Weet je waar dit allemaal gebeurde? Nee? Nou, het gebeurde onder andere in landhuizen zoals dat waar jij bent opgegroeid, in het eindeloze, mooie binnenland van Argentinië. In boerderijen en gebouwen die hoorden bij de hogeschool voor landbouw, die speciaal voor dit doel werden 'ingericht'; eigenlijk het terrein waar jouw papá op dat moment toevallig de baas over was...
Vele jonge vrouwen hebben toen, net als jij en ik, prachtige baby's op de wereld gezet. Maar bij hen verliep het heel anders dan bij ons. Zij bevielen in cellen en kerkers, en hun mooie baby's werden meteen bij hen weggehaald. Veel van die jonge moeders zijn gestorven zonder te weten wat er met hun kindjes gebeurde. Misschien maar goed ook...
Nu zul jij zeggen: Daar kan ík toch helemaal niets aan doen?!
Natuurlijk niet, querida.
Ik heb ook niets tegen jou persoonlijk. Maar gisteren zag ik jou niet op TV. Wel je papá, trotse opa van Nederland's toekomstige vorstin. En dat is dus de onmetelijke ironie van het leven:
Wij hebben ooit alles verloren, en bijna het leven gelaten, maar we zijn aan de klauwen van het monster ontsnapt, en we hebben in Nederland een veilige thuishaven gevonden.
Onze dagen zijn niet vervuld van wrok en haat, we proberen te vergeten, en hopen -tegen beter weten in- nog steeds op gerechtigheid...
En dan duikt het monster opeens hier op!
Nee, niet jij, princesita, jouw papá!
Hij wordt zelfs aan de boezem gedrukt van Nederland's vorstenhuis, en zijn kleinkinderen zullen mijn kinderen tot hun 'onderdanen' rekenen...
't is dat ik niet in god geloof, anders zou ik geneigd zijn te denken dat 'daarboven' een cynische oude man zich vermaakt met het uithalen van gemene rotgrappen.
Maar misschien moet ik juist blij zijn dat de kleinkinderen van Zorreguieta hier opgroeien. In dit vrije land, waar democratie en mensenrechten nog enige betekenis hebben.
Ik hoop van harte dat jouw kinderen een fijne, onbezorgde jeugd hebben, en dat ze opgroeien tot eerlijke, rechtvaardige mensen. Net zoals ik dat voor mijn eigen kinderen hoop.
En verder hoop ik dat de monarchie maar gauw mag worden afgeschaft, en dat je vader lang moge rotten in zijn eigen denkbeeldige hel.
Saludos, en een fijne kraamtijd toegewenst.
Polderzilver.

Of zeg jij ook hier: 'zand erover'?

24 juni 2005

flirt (2)


'Alwéér naar de speeltuin?!'
Boris heeft er geen zin in.
'Maar mam, het regent!' valt Merel haar broertje bij. 'En ik vind de speeltuin niks meer aan,' voegt ze mokkend toe; wenkbrauwen gefronst, armen over elkaar, de nukkigheid ten top.
'Och, het is maar een buitje jongens, en in de speeltuin hebben we toch altijd dikke pret?'
'Helemaal niet! Jij speelt helemaal niet meer met ons; je zit allen maar te kletsen met de vader van Joyce. Ik vind er niks aan en ik ga NIET!'
Het is ook te gek voor woorden, spreekt ze zichzelf bestraffend toe. Je kinderen twee keer per week naar de speeltuin slepen om je zelf te kunnen laven aan de aandacht van een man...
'Oké, we gaan in de stad een pannenkoek eten. Is dat een goed idee?'
Gelukkig, zo krijgt ze de kinderen in ieder geval in de auto.
'Je rijdt de verkeerde kant op!' roept Merel als ze de afslag naar de speeltuin neemt.
'O, je hebt gelijk, ik zat niet op te letten. Geeft niet, we rijden gewoon een stukje om,' roept ze luchtig terug.
Inmiddels komt de regen met bakken uit de lucht vallen. Ze mindert vaart als ze de speeltuin nadert. Hij is er natuurlijk niet. Hij is niet gek, zoals zij! Hij gaat zijn kinderen toch niet in de stromende regen naar de speeltuin slepen om háár...
Haar hart maakt een sprongetje als ze zijn auto langs de kant van de weg ziet staan. De lichten branden, en de ramen zijn beslagen. Ze stopt naast zijn auto en draait haar raam open.
Hij heeft hetzelfde gedaan, en ze kijkt nu recht in zijn stralende bruine ogen.
'Weertje, hè?'
Hij grijnst en haalt zijn schouders op. 'Ja, het valt ons ook wat tegen. Joyce stelde net voor om naar ballorig te gaan. Hebben Merel en Boris daar ook zin in?'
Achter haar stijgt een oorverdovend gejuich op: 'Yes!! Yes!! Naar Ballorig mam! Gaan we? Alsjeblieieieieieieft?'
Ze beantwoordt zijn knipoog met een brede lach, en even later zijn ze op weg naar het overdekte speelparadijs.
'Héé, hallóóó,' klinkt het enthousiast bij de garderobe. Een moeder van een van Merel's klasgenootjes. Lichte paniek overvalt haar. Waarom eigenlijk? Het regent op woensdagmiddag en ze is met haar kinderen naar een overdekte speelplaats. Niets mis mee toch? Maar ze voelt zich alsof de vrouw haar in de lobby van een ranzig motel heeft betrapt.
Opeens realiseert ze zich dat dit geen luchtige flirt meer is. Er is hier meer aan de hand, ze speelt met vuur.
'Wat gebeurt hier?' vraagt ze hem, als de kinderen eenmaal in de ballenbak zijn verwenen, en zij een rustig tafeltje hebben gevonden.
Hij streelt met zijn wijsvinger de rug van haar hand. 'Wat wil jij dat er gebeurt?' Hij laat haar blik niet los.
Die minimale aanraking heeft een ongelooflijk effect. Stroomschokjes schieten langs haar arm ohoog, en weer omlaag, naar haar onderbuik. Haar hart gaat als een gek tekeer; haar benen lijken wel van pap...
Wat wil zij dat er gebeurt? Goede vraag. Ze wil dat Ballorig, de kinderen, alles en iedereen in rook opgaat. Ze wil alleen met hem zijn. Ze wil...
Nee, ze wil naar huis. Nu meteen! Ze wil vergeten dat ze deze man ooit heeft ontmoet. Vergeten dat ze met hem de laatste weken intiemere gesprekken heeft gevoerd dan ze ooit met haar beste vriendin heeft gehad; vergeten dat hij haar het gevoel geeft de mooiste vrouw op aarde te zijn... Ze wil naar huis om op haar man te wachten; haar rots in de branding, haar maatje, haar grote liefde.
Of nee, ze wil...
Ze leunt achterover in haar stoel om meer afstand te scheppen, en zegt met beheerste stem:
'Ik wil dat je mijn vraag beantwoordt. Wat gebeurt hier? Volgens mij zitten hier twee gelukkig getrouwde volwassenen elkaar als twee pubers op te geilen...'
Hij fronst; staart een poosje naar de olievlekken in zijn kopje oude koffie.
Wat nu, denkt ze verward, heeft ze hem op zijn ziel getrapt? Of alleen maar op z'n pik?
Het is haar inmiddels wel duidelijk wat zíj uit hun ontmoetingen haalt, maar wat beweegt hém eigenlijk?

Wordt vervolgd...

Nou? Wat denk jij dat hem beweegt?
en:
Hoe denk jij dat dit verder zal gaan?

21 juni 2005

flirt (1)

'Hou je goed vast; ik laat je nu los!' Met een laatste duwtje laat ze het touw van de kabelbaan los, en haar jongste zwiert het laatste stukje in z'n eentje naar de overkant. Ze wacht tot hij terugkomt op datzelfde punt en rent dan terug, het jongetje kraaiend van plezier met zich mee trekkend. Het touw wordt overgedragen aan het volgende kind in de rij, en dan maakt ze zich gauw uit de voeten, haar zoontje hollend achter haar aan. Als hij haar bijna te pakken heeft, laat ze zich onelegant in het gras vallen. Armen en benen gespreid. Ze vangt het kind op dat in volle vaart boven op haar wil springen, en trekt hem naast zich in het gras.
Met knalrode wangen en hijgend van het stukje rennen ligt ze een paar tellen naar de wolken in de blauwe lucht te kijken.
Ze gaat weer rechtop zitten om naar haar oudste te speuren, die ook ergens in de speeltuin rondrent; blaast een pluk haar dat voor haar gezicht hangt achteloos weg.
Haar zoekende blik kruist een ogenblik die van hem.
Ze speurt verder en ziet dan haar dochter met een ander meisje bij het klimrek spelen. Dan laat ze haar blik terugglijden naar het kruispunt van daarnet.
Verrassing: zijn blik is daar nog steeds; lijkt daar op haar te hebben gewacht.
Kent ze hem? Hij komt haar niet bekend voor, maar ze heeft het vage gevoel dat ze hem ergens van zou moeten kennen.
Haar zoontje slaat zijn armen om haar nek. 'Mag ik nu een ijsje?'
Ze trekt de aandacht van haar dochter met grote zwaaibewegingen, en gebaart dat ze een ijsje gaat kopen. Haar dochter begint te rennen in de richting van het winkeltje, haar nieuwe vriendinnetje in haar kielzog.
Zou hij nog kijken? Ze loopt langzaam naar het winkeltje: buik in, schouders naar achteren, heupen losjes wiegend... 'Aansteller...' bijt ze zichzelf in stilte toe.
Haar dochter staat haar bij het winkeltje op te wachten. 'Mam! Mag Joyce ook een ijsje?!' roept ze haar al van verre toe.
'Ja, hoor, als Joyce's moeder dat goed vindt...'
'Joyce's vader vindt het prima,' klinkt het vlak achter haar, 'als hij Merel's moeder dan tenminste op koffie mag trakteren...'
Ze kijkt om, en nog voor ze hem ziet weet ze dat die stem hoort bij de blik die ze zonet ontmoette.
Hij glimlacht en steekt haar zijn hand toe. 'Joyce's vader,' stelt hij zichzelf voor, 'alias Teun.'
Ze koopt ijsjes voor de kinderen en neemt de aangeboden kop koffie van hem aan.
'Ik kon mijn ogen net niet van je afhouden,' zegt hij zonder omhaal. 'Je bent een lust voor het oog.'
Ze is met stomheid geslagen. Ze had wel rekening gehouden met een subtiel flirterig gesprekje bij de koffie, maar dit is wel héél...
'Je straalt zoveel levensvreugde uit,' licht hij zijn opmerking rustig toe.
'Tja, da's niet zo moeilijk in een speeltuin...' brengt ze schaapachtig uit.
'Dacht je dat?' Hij kijkt haar doordringend aan. 'Kijk eens om je heen; al deze mensen zijn in dezelfde speeltuin.' Ze volgt zijn blik langs de bellende, SMSende, Viva-lezende moeders (vaders zijn nauwelijks te bespeuren).
Levensvreugde... Het is eens wat anders dan 'ken ik jou niet ergens van?' of 'kom je hier vaker?' denkt ze cynisch, maar ondertussen voelt ze de levensvreugde zich een weg naar haar hoofd banen...
'Kom je hier vaak?' Vraagt hij, met een geamuseerde glinstering in zijn ogen.

Wordt vervolgd... Deel2

Hoe denk jij dat dit verder zal gaan?
En:
Wat vind jij van flirten: onschuldige egobooster, of spelen met vuur?

12 juni 2005

Subtiel


Gééééééúuuuw! De oorverdovende, demonstratieve geeuw komt van een verdieping onder mij. Géééééééééééuuuuuuwww!!!
Ik doe één oog open en kijk op de wekker. Kwart over zes.
Ik weet wat die geeuw van dochterlief betekent. Zij is niet de enige die wakker wordt met een feestgevoel. Vandaag is het precies zeven jaar geleden dat ze - eveneens met flinke stemverheffing- ter wereld kwam.
Ik voel me ook jarig.
Zeven jaar alweer. Maar als ik mijn ogen dicht doe, dan zie ik haar nog precies voor me: een roze zevenponder met ogen zwart als kolen en een enorme, knalrode mond.
Brullend van verontwaardiging maakte ze zich toen van mijn lichaam los, om zich voorgoed te nestelen in mijn hart en mijn gedachten.
Ahum! Ze schraapt haar keel luid en veelzeggend. AHUM!!! Ik knijp in mijn neus om een lachbui te onderdrukken.
Normaal gesproken zou ze nu naar boven stiefelen om tussen haar vader en mij in bed te kruipen vóór haar broertje wakker wordt. Lekker het beste plekje inpikken.
Maar vandaag kán dat natuurlijk niet, dat snapt ze best, want de traditie in huize Polderzilver wil dat je op je verjaardag gewekt wordt met toepasselijk gezang.
Ze is er klaar voor. En ze is uitgekookt genoeg om dit over te brengen, zonder de traditie teveel geweld aan te doen. 'Ik ben wakker, kom maar voor me zingen' is de boodschap die ze met haar gegeeuw en gekuch subtiel probeert over te brengen. Maar ik kan de mannen des huizes op deze zondagochtend toch niet op dit onchristelijke tijdstip wakker maken? Ik houd me dus nog even slapende. Al wil ik eigenlijk uit bed springen en naar haar toe rennen, mijn brown eyed girl, mijn prinses, mijn jarig jobje... Ik voel me vandaag meer jarig dan op mijn eigen verjaardag.
Vandaag zeven jaar geleden werd niet alleen Nina, maar ook 'Nina's moeder' geboren.
'Lang zal ik leven in de gloooooriiiiiiiiaaaaaaaa' klinkt het beneden.
En zo belandden we vandaag dus met z'n allen voor dag en dauw aan het verjaardagsontbijt.

Valt jouw verjaardag op je geboortedatum?
of staat een andere datum betekenisvoller in je geheugen gegrift?

7 juni 2005

Moederdier

Je bent zo'n 13 jaar samen.
Je denkt: we kennen elkaar door en door; we weten precies wat we aan elkaar hebben.
Je denkt: gelijkwaardigheid is tussen ons vanzelfsprekend! Werk, huishouden, plezier maken, eerlijk zullen wij alles delen.
Je denkt: wat zeuren die feministes toch? De emancipatie is toch allang voltooid? Kijk maar naar ons!
En dan...
...wordt het eerste kind geboren.
Als de baby 's nachts huilt, dan kan hij wel opstaan, maar ja: jij geeft borstvoeding, dat kan hij nu eenmaal niet van je overnemen, dus kan hij net zo goed doorslapen (na een week hóórt hij het nachtelijk gehuil niet eens meer).
Je herstelt wonderbaarlijk snel van de bevalling, en je bent nog wéken vrij, terwijl hij elke dag naar zijn werk moet. Dus, ja, dan is het niet meer dan redelijk dat je steeds meer huishoudelijk werk voor je rekening neemt... het gaat vanzelf, je denkt er niet eens bij na.
En of het nou komt omdat je de baby vaker ziet... feit is dat jij alles schijnt te weten (dat de luiers bijna op zijn, dat ze morgen een prikje moet, dat de stopcontacten afgedekt moeten worden voordat ze écht gaat kruipen...) en dat hij zich dus eigenlijk nergens druk over hoeft te maken... (wat hij dus ook niet doet).
Je gaat weer aan het werk, maar wel part time (je hebt geen kind gebaard om het full time aan een ander over te laten).
Voor hem komt het nu niet zo goed uit om minder te werken, en jij hebt het met je werkgever zóó goed kunnen regelen...
Op je werk gaan de leukere projecten aan je neus voorbij (tja, je bent nu eenmaal minder beschikbaar...) Collega's gaan na het werk nog wat drinken in de stad, blijven hangen en eten daar ook wat. Maar jij verlangt verschrikkelijk naar die kleine hummel die je de hele dag niet hebt gezien, dus je rept je naar huis, waar je na het eten, het badje, de laatste voeding, en vooral na alle gebroken nachten van de laatste maanden, uitgeput in slaap dondert.
Je wilt beiden eigenlijk op zoek naar een nieuwe baan. En terwijl hij volop vacatures overweegt in de randstad, streep jij de meeste leuke functies door, want teveel uren, of te lang rijden van en naar huis...
En op een dag realiseer je je dat terwijl NIETS in jouw leven nog is zoals het was, voor hem eigenlijk bijna alles bij het oude is gebleven. Hoezo gelijkwaardigheid? wat nou 'in balans'?
Van een zelfstandige, full time werkende, buiten de deur dinerende, bruisende jonge vrouw ben je in no time veranderd in een moederdier. Een moederdier zonder taille bovendien!
En dan breekt de pleuris uit...


Epiloog:
Na een loopgravenoorlog die ongeveer een jaar duurde, hervonden we de balans. Beelden en rollen moesten worden herzien, keuzes gemaakt, consequenties geaccepteerd... We zijn er beiden van gegroeid. Maar poeh, het was af en toe wel op het rándje...

En jij? Hoe bewaar jij je evenwicht?


Update: de gemoederen lopen hoog op in de discussie! reden genoeg voor een nieuwe poll! vul hem in!!!

29 mei 2005

Waanvoorstelling


Met alles wat ik leer, verliest
de liefde haar magie. Ik gooi
geen doek over de kooi. Ik leg
de vogel die nog zingen wil
achter mijn vastgeroeste ribben
niet langer het zwijgen op.

Maar nuchter blijf ik wel. Ik weet,
zijn lied geldt niet een soortgenoot
of zielsverwant. Hij zingt alleen
en is gevangen in een waan.

Hij ziet de spiegel in zijn kooi
voor een geopend venster aan
waardoor hij zijn gelijke ziet
en zingt, misleid, het mooiste lied.

Dit gedicht is van Catharina Blaauwendraad
Uit de bundel Niet ik beheers de taal,
helaas bijna nergens meer verkrijgbaar, behalve bij de uitgever zelf: Uitgeverij Holland in Haarlem. 023-5323061

Vandaag voel ik me als de vogel uit het gedicht.
Wat zou het mooi zijn als die eenzame bui zomaar tot iets goeds leidt, en Catharina's debuut bijvoorbeeld een nieuwe impuls krijgt, omdat poëzieminnende bloglezers hem nu allemaal gaan bestellen... Ik droom verder van haar daverende succes, en voel me op slag minder somber. Dat effect hebben haar gedichten altijd op mij.
Een beetje reclame maken is dan het minste wat ik voor haar terug kan doen...

Of vind jij dat reclame niet moet kunnen op een blog als dit?

Update: nieuwe vraag:

Is een weblog eigenlijk niet ook zo'n spiegel in een kooi? (ja, ik zei het al, in zó 'n bui ben ik dus)

27 mei 2005

Roze bril, don't leave home without it!

Ik breng de middag met mijn kinderen door aan het water; een kindvriendelijk meer in een recreatiegebied. Het is heerlijk weer.
We spetteren, we sjouwen met zand en prut, we zoeken schatten. Dochter vindt er drie: een intacte mosselschelp, een gebroken eierschaal en een moeilijk te definiëren onderdeel van een vis. Zij blij, dus ik blij; zoonlief ook blij, want vreugde werkt bij hem erg aanstekelijk.
Er ontbreek nog maar één ding om deze heerlijke middag compleet te maken: een lekker ijsje.
Bij het inpakken valt mijn zonnebril een paar keer van mijn hoofd, dus gooi ik hem achteloos in mijn tas. Bepakt en bezakt begeven wij ons richting snackbarterras.
Gelukkig zijn we niet meteen aan de beurt, want zoon en dochter willen een cornetto, nee toch maar een sinassplit, nee doe maar een twister, nee een calippo, nee toch maar wel een cornetto.
Ik reken een cornetto, een twister en een raket af, en vind een picknicktafel in de schaduw, waar we lekker kunnen bijkomen van de activiteiten in de hitte, en van ons ijsje gaan genieten.
Ik voel ogen in mijn rug prikken. Ik draai me om en zie aan het tafeltje achter ons een jong stelletje zitten.
Als ik kijk, kijken zij weg, maar uit mijn ooghoeken zie ik ze even later weer mijn kant op kijken. Ze praten heel zacht tegen elkaar, ik kan niet horen wat ze zeggen. Ik kijk nog eens. Ze komen me niet bekend voor. Geen idee wat ze voor bijzonders zien. Ik zet hen uit mijn gedachten.
Als de ijsjes op zijn sta ik op om de papiertjes en stokjes in de prullenbak te gooien. Als ik terugloop naar de picknicktafel zie ik dat mijn portemonnee uit mijn tas is gevallen. Hij ligt op de grond onder het bankje. Ik buk me om hem op te rapen, en als ik opkijk kruist mijn blik die van het stelletje aan het andere tefeltje. Ze kijken betrapt weg en smoezen wat met elkaar. Het is nu overduidelijk wat zij voor bijzonders zagen.
Gatverdamme! Schiet het door mijn hoofd. Ze zaten te wachten tot ik weg zou gaan, om mijn achtergebleven portemonnee te kunnen oppikken...
Mijn maag krimpt ineen. Bah, wat heb je toch een nare mensen op deze wereld! Wat een asociale types! Wat een etterbakken...
Teruglopend bedenk ik dat ik het stelletje liever niet had opgemerkt. Ze hebben een donkere waas over mijn zonnige middag gelegd.
Maar dan stappen we in, en zet ik mijn zonnebril weer op. Niks airco, gewoon de raampjes open. Ik schop mijn snoezige, maar onhandige slippertjes uit en voel de pedalen onder mijn blote voeten (jeugdsentiment!). Ik rij weg, en de warme wind strijkt langs mijn haar. Bij de uitrit van het recreatiegebied lijkt het erop dat ik een tijd zal moeten wachten (voorrangskruising), maar een galante heer in een grote auto maakt een hoffelijk gebaar ten teken dat ik voor hem langs mag. Ik schenk hem als dank mijn liefste glimlach en zet de radio aan. 'you my brown eyed girl' zingt Van Morrison, en dochter roept opgetogen uit: 'Hey mam dat is óns liedje!' shalalalala lalalala laladida zingen we vrolijk mee.
Die zonnebril zet ik voorlopig niet meer af.

Werkt jouw roze bril ook zo goed?

25 mei 2005

Moordlust

Zoonlief kijkt in de spiegel van de kapper.
Hij doet dit met zichtbare tegenzin.
Zelf heeft hij namelijk helemaal geen last van het haar dat voor zijn ogen hangt, of het matje dat zijn nek bedekt.
Bovendien houdt hij er niet van stil te zitten, en als hij érgens niet van gediend is, dan is het van die vreemde dame die met overdreven hoge piepstem tegen hem praat alsof hij een baby is, terwijl ze met haar ene hand een plantensproeier op zijn hoofd richt, en met haar andere hand zijn gezichtje omklemt om hem naar believen te kunnen 'besturen'.
Maar hij is gek op z'n moeder, en om mij een plezier te doen verdraagt hij het allemaal.
Nou ja... om mij een plezier te doen, én om straks de beloning te scoren die ik hem met mijn pedagogisch verantwoorde chantage in het vooruitzicht heb gesteld.
De beloning bestaat uit een lik gekleurde haarmascara over een pluk van zijn haar.
Zijn zus mag dat namelijk ook altijd als ze bij de kapper is geweest, en dat wil hij nou ook eens een keer. En hij weet ook al wat voor kleur hij wil: dezelfde kleur die zijn zus ook altijd neemt: roze! Want dat is grote zus' lievelingskleur, en hij vindt dat ook prachtig.
'Tuurlijk jongen!' Zeg ik dus. 'Als jij nu meegaat naar de kapper, en daar een beetje stil blijft zitten, dan mag je van mij zoveel roze haarmascara als je wilt. En dan wassen we vanavond je haar niet, zodat je morgen ook nog je roze haar kunt laten zien op de crèche.'
Dat doet het 'm. Hij gaat mee, en hij verdraagt de kwetterende kapster zonder een kik te geven.
Als het spuiten en knippen, kammen en scheren, föhnen en borstelen eindelijk klaar is, vraagt de kapster 'Had je er nog een beetje gel in gewild?'
'Gel hoeft niet,' zeg ik, en ik wissel een blik van verstandhouding met mijn gekortwiekte knul, '...maar zoon wil graag een beetje haarmascara.'
Zoonlief begint bij het vooruitzicht al te wiebelen van ongeduld.
'Ooooo Jaaaaááááá?' kirt de kapster overdreven. 'Nou dat kan best hoor, die hebben we ook in stoere jongenskleuren!!! Welke kleur had je gewild?'
Zoon's gezicht licht helemaal op. Met sterretjes in zijn ogen en een glimlach van oor tot oor roept hij opgetogen uit: 'Roze!'
De kirrende kapster laat een kakelende lach horen. 'RÓÓÓZE?!?' krijst ze door de kapperszaak. 'Roze is een meisjeskleur!!!' De hele zaak lacht vertederd en schudt meewarig het gepermanente hoofd.
De sterretjes zijn op slag verdwenen. Zoon kijkt beteuterd naar zijn schoenen.
Met een air van 'moeders onder elkaar' knipoogt de kapster naar me, maar de smalende grijns besterft op haar gestifte lippen als ze mijn gezichtsuitdrukking ziet.
Ik sta met mijn rug naar de spiegel, dus ik kan mijn gezicht niet zien, maar ik weet zeker dat er moordlust op te lezen is. Ik weet zeker dat ze aan me kan zien dat ik haar in haar geplamuurde gezicht wil slaan, en haar aan haar geblondeerde haar door de kapperszaak wil sleuren.
Ik krijg het razende moederdier in mij net op tijd onder controle.
Ik haal diep adem, en ik zeg ijzig: 'Nee hoor, dat heb je verkeerd begrepen. Alle kleuren zijn van iedereen. Als zoon roze wil, dan mag dat.'
Maar het kwaad is al geschied. 'Doe maar groen.' Zegt zoonlief mat, en hij staart voor zich uit terwijl zij het groene flesje uit de kleurtjesdoos opdiept.

Wanneer heb jij voor het laatst moordlust gevoeld?

24 mei 2005

Meer dan de som der delen

Toen we uit Argentinië weg moesten, werd ik van de één op de andere dag
een vluchteling. Dat was ik daarvoor niet.
Ik ben niet als vluchteling geboren. Maar we moesten hals over kop weg, om het vege lijf te redden. Dat heet vluchten, en als je dat eenmaal doet, heet je de rest van je leven een vluchteling.
Toen we in Nederland aankwamen, werd ik als bij toverslag een allochtoon.
Dat was ik daarvoor niet. Ik ben geboren als autochtone Argentijn in Argentinië.
Maar door dat vluchten kwamen we ergens terecht waar we niet vandaan kwamen, en als je daar eenmaal bent, dan heet je een allochtoon.
Toen mijn vader ervandoor ging,
werd ik het kind van een allochtone bijstandsmoeder.
Dat was niet volgens plan.
Ik werd geboren in een 'goed nest' in de intellectuele middenklasse van Buenos Aires.
Maar als je eenmaal in een vreemd land woont, en je vader gaat ervandoor, en je moeder is niet bij machte in haar onderhoud te voorzien, dan word je dus het kind van een allochtone bijstandsmoeder.
Toen ik afstudeerde,
werd ik opeens doctorandus. Dat was ik daarvoor nog niet. Ik kreeg op de universiteit een diploma uitgereikt waar mijn naam op stond, en als je die eenmaal hebt, dan heet je doctorandus.
Dat schijnt je een heel ander cachet te geven dan 'vluchteling' of 'allochtoon' of 'kind van een bijstandsmoeder', dat wel.
Toen ik trouwde werd ik de vrouw van mijn man.
Daarvoor was ik gewoon een klasgenote, en toen de vonk oversloeg was ik zijn vriendin. Maar toen zette ik mijn handtekening onder een trouwakte, en als je dat doet dan word je iemands vrouw.
Toen mijn dochter werd geboren werd ik moeder.
Daarvoor was ik altijd dochter. Maar ik had mijn liefste lief, en uit die liefde ontkiemde nieuw leven, en dat leven baande zich een weg uit mijn lichaam en als dat eenmaal gebeurd is, dan ben je officieel moeder.
En ik heb een baan bij de overheid, dus ik ben werkende moeder,
en ambtenaar bovendien!

Deze en nog veel meer stickers heb ik in de loop van mijn leven verzameld.
Sommige heb ik zelf nagestreefd, andere heb ik bij toeval opgeplakt gekregen.
Tel ze bij elkaar op en je hebt de som der delen.
Met andere woorden: dan weet je nóg niets
En misschien is dat meer dan genoeg...

Hoe ziet jouw optelsom eruit?
En belangrijker nog:
Hoeveel waarde heeft zo'n stickerverzameling voor jou?

21 mei 2005

Gewetensvraag

Wat drijft de loggende mens?
De media staan de laatste tijd bol van de meningen over weblogs.
Hierin wordt vooral het verschijnsel bloggen belicht: nu eens ligt de nadruk op weblogs als marketinginstrument, dan weer heet het een 'politieke superpower'. Het onderwijs overweegt de mogelijkheden van edubloggen, en er is ook veel te doen over het bloggen onder werktijd, of over de werkgever.
Over wat zoveel mensen drijft om een weblog te beginnen, lees je weinig.
Ergens kwam ik een uitspraak tegen van een columnist die bloggers met dédain omschreef als zichzelf zwaar overschattende schrijvertjes, die hun meninkjes etaleren.
Dat zette me aan het denken.
Heeft hij gelijk?
Is het ijdelheid? Te denken dat ik iets te melden heb dat anderen kan boeien?
Is het Narcisme? Spiegel ik me de hele dag in het www zoals Narcissus in zijn vijver?Toen ik met deze weblog begon, was mijn doel in gesprek te raken met anderen dan mijn eigen vertouwde kring, over allerlei dingen die mij raken.
Omdat je elkaar niet persoonlijk kent, en het bloggen heel vrijblijvend is, zo dacht ik, zal er een vrijer en eerlijker verkeer van meningen mogelijk zijn. De censuur die we in persoonlijke contacten op onze uitingen toepassen, zal bij het bloggen ontbreken, zo was mijn verwachting, en dat leek me heel bevrijdend.
Maar ik neem mezelf overal mee naartoe. Ook naar weblogland.
En zo betrap ik mezelf erop dat ik ook rond mijn blog een vertrouwd kringetje aan het opbouwen ben, waarmee ik op (bijna) dezelfde wijze rekening houd als met mijn kringetje 'live'. Sterker nog: die twee kringen lopen door elkaar, omdat ook mensen die ik persoonlijk ken mijn weblog bezoeken.
De censuur blijft dus, in ieder geval van mijn kant.
In een eerder logje schreef ik gekscherend over de ijdelheid waarmee ik als puber mijn dagboeken heb volgeschreven.
Is mijn weblog de reïncarnatie van mijn puberdagboeken? Leidt dit gelog tot enige zelfreflectie, levert het nieuwe inzichten op, of is het vooral een zoeken naar (nog meer) bevestiging?

Wat denk jij?
en
Wat drijft jou tot loggen?

20 mei 2005

NS-trip

Het is na middernacht. Ik zit in de laatste trein van Amsterdam, waar ik een etentje heb gehad, naar Alkmaar-Noord, waar mijn auto staat.
Ik heb vijftig minuten op deze trein gewacht, ben blij dat ik er eindelijk in zit.
De conducteur komt langs. Ergens verderop in de coupé begint iemand een tirade tegen hem. Dat dit een sneltrein is, JA? En dat we dus helemaal niet bij Krommenie hadden moeten stoppen, JA? Altijd hetzelfde liedje: de trein is nooit eens op tijd en waarom? Omdat het NS-personeel ten onrechte stopt om collega's eruit te laten, JA? Hij is het spuugzat, JA?
En toen híj onlangs per ongeluk in de sneltrein zat, die niet in Heiloo stopte, toen moest hij tot Alkmaar bijbetalen JA! Want voor hém stopten ze niet in Heiloo!!! Het was een schande, Ja!?!
Ik denk: wat een hoop opgekropte frustratie komt daar tevoorschijn, zeg.
Ik glimlach naar de beteuterde conducteur, en ik denk nog: hier zit een logje in.
Bij Alkmaar CS ga ik alvast staan. Bij het volgende station moet ik eruit.
Ik rits mijn jas dicht, en posteer me alvast bij een uitgang. Hand op de knop.
De trein stopt.
Buiten klatert de regen op het donkere, verlaten perron; binnen druk ik op de knop.
Ik druk nog eens, en nog eens, nu harder, en dan nog eens een paar keer hard en snel achter elkaar, mar de deuren gaan niet open.
De trein rijdt weer.
Gedver! Mijn ogen gaan als vanzelf naar de noodrem, maar... nee dat kan niet.
Zo snel als mijn zere voeten en mijn zwangere buik toestaan, ren ik de wagons door, op zoek naar de conducteur.
Ik passeer de zwaar gefrustreerde man, die zijn zegje heeft gedaan, en nu rustig de 'Metro' leest.
In één van de laatste wagons zitten vijf vertegenwoordigers van de NS bij elkaar hun hart te luchten over lastige klanten.
'Pardon heren' hijg-hijg ik. 'De deuren gingen zojuist niet open toen ik er bij Alkmaar-Noord uitwilde....'
De conducteurs kijken naar elkaar, of naar hun schoenen, of naar buiten. De omvang van mijn probleem schijnt niet tot ze door te dringen.
Een van de conducteurs haalt zwijgend zijn zakcomputertje tevoorschijn, en prikt erin met het bijbehorende zwarte prikkertje. 'Nee... er gaat niks meer terug.' Zegt hij laconiek. Ze kijken elkaar weer zwijgend aan.
De trein mindert vaart. We naderen Heerhugowaard. Ik laat de behulpzame conducteurs voor wat ze zijn, en spoed me naar de volgende uitgang. DRUK, de deuren gaan open.
Ik pak mijn mobieltje; en ik bel zonder aarzelen mijn lief uit bed. Hij komt eraan.
Ik loop alvast door de regen richting kruispunt, want het verlaten station van Heerhugowaard vind ik geen fijne plek om rond te hangen midden in de nacht.
Ik ben doodop; mijn voeten doen pijn; van te snel lopen krijg is steken in mijn zij (o ja, zwanger! Rustig aan maar). Ik denk: Bah! Nu ga ik natuurlijk heel chagrijnig worden, en ik ga vast een heel lelijk logje schrijven over de NS...
Maar daar komt mijn lief al aanrijden. Ik stap in de behaaglijk warme auto; ik kus zijn slaperige gezicht, en ik kan alleen maar denken: wat een mazzel!
Wat een mazzel dat deze schat van een man in mijn bed slaapt, met de telefoon op gehoorafstand!
Wat een mazzel dat ik mijn mobiel niet ben vergeten op te laden!
Wat een mazzel dat de sneltrein na Alkmaar een stoptrein wordt!
Wat een mazzel dat de afstand tussen twee stations in dit kikkerland zo klein is!!!
Wat een mazzel dat we twéé auto's hebben (die van mij staat immers nog bij Alkmaar Noord...)
Wat een mazzel...
Ben jij ook zo'n mazzelaar? Vertel!

16 mei 2005

Wind in de zeilen

Zeilweek 1985, tegen het einde van 3vwo.
Zeeziek werd ik pas na drie 'bessen-up',
in een kroegje aan wal.
Geen idee wat nou bakboord was
en wat stuurboord;
geen idee wat een giek is,
of wat het juiste moment is
om overstag te gaan;
geen benul van wat ze ons eigenlijk wilden bijbrengen, die week op dat schip.
Het drong allemaal niet tot me door;
heb er niets van onthouden,
want ik had maar oog voor één ding:
de grote liefde.
Die bleef gelukkig wél hangen,
en beklijft nu al 20 jaar...

Wat is voor jou 'ware liefde'?

14 mei 2005

Verloren onschuld

Ik ben niet preuts, durf ik te stellen.
Seks is na liefde een van de mooiste en leukste dingen die mensen met elkaar kunnen delen.
Het is niet alleen een onuitputtelijke bron van genot, het biedt ook ontspanning bij stress, troost bij verdriet, passie na een ruzie, spel bij verveling, nieuwe energie bij futloosheid, en het werkt beter tegen hoofdpijn dan welke pijnstiller dan ook.
Ook is het een ongeëvenaarde inspiratiebron.
En het is een van de krachtigste 'drives' van de mensheid; misschien wel sterker dan geld, ambitie en macht bij elkaar.
Het is puur natuur en allemachtig prachtig.
Laten we dit fantastische cadeau van moeder natuur dankbaar koesteren, en er veel ruimte voor maken in ons dagelijks leven en cultuur. Laten we er geen taboe van maken, zodat onze kinderen, als de tijd rijp is, in vrijheid hun seksualiteit kunnen ontdekken en ontwikkelen.
Ben ik helemaal vóór!!!
Maar van het programma Zembla van een paar dagen geleden ben ik nog steeds in shock.
Meisjes van 13 hebben tegenwoordig - volgens dit programma- vaak al ervaring met onvrijwillige seks.
Jongens vanaf die leeftijd hebben speciaal jargon ontwikkeld waarmee ze meisjes in verschillende categorieën gebruiksvoorwerpen indelen: gebruiksvoorwerpen die je voor jezelf houdt, gebruiksvoorwerpen die je aan je vrienden doorgeeft, en gebruiksvoorwerpen die je met je vrienden deelt, in groepsseks, al dan niet afgedwongen, want: 'het zijn allemaal hoeren'.
Het schijnt mode te zijn om je als pooier of hoer te gedragen. Een 'leader of the pack' laat zich tegenwoordig 'pimp' noemen. Dat is cool en stoer.
Ik heb blijkbaar al een tijdje geen MTV gekeken, want van de clipjes die ze in Zembla lieten zien sloeg ik steil achterover. Opeens zag ik onze samenleving zoals christen- en moslimfundamentalisten haar graag afschilderen: Sodom en Chomorra, decadentie, verval, geweld en totaal gebrek aan menselijke waardigheid.
Hebben die fanaten dan toch gelijk? Is dat echt de wereld waar mijn kinderen in opgroeien? Paniek maakt zich van mij meester bij die gedachte.
Er werd ook een stukje film uit de jaren zestig getoond, waarin een onthutste dame soortgelijke gevoelens uitsprak na het aanschouwen van Elvis' heupbewegingen.
Dat geeft te denken... Ben ik dat nu? Ben ik nu een preutse, ouderwetse, provinciale moederkloek geworden? Een blok aan het been van mijn opgroeiende kinderen?
Dat wil ik helemaal niet!
Maar ik wil ook niet dat mijn kinderen zich hoeren en pooiers voelen.
Natuurlijk doe ik alles om ze integriteit en (zelf)respect mee te geven, maar ik kan me heel goed uit mijn eigen puberteit herinneren hoe belangrijk het kan zijn om 'erbij te horen'.
Wat als dat straks de doorslag geeft?
Ik moet het dan opnemen tegen de straatcultuur, msn, MTV...
Valt daar tegenop te boksen?
Moet ik dat überhaupt willen?

Wat vind jij?